Schaak

  • Als je de andere koning kunt slaan dan staat hij schaak.
  • De zwarte koning staat schaak want de witte koningin kan hem slaan.
  • Die koning moet dan
    • weg stappen,
    • of hulp krijgen van zijn stukken,
    • of zelf de aanvaller slaan.
  • Een koning mag nooit schaak blijven staan.
  • Je mag je eigen koning ook nooit schaak zetten.