Acht

Maandag, 8 november 1999
De wintertijd is weer ingegaan. 's avonds is het vroeg donker. Het is nog herfst maar mentaal is de winter al begonnen.

Nederland ziet geel en oranje. De blaadjes vallen van de bomen. In m'n beleving zaten de blaadjes er nog maar net aan, is het nog maar net lente geweest. De tijd gaat hard. En het lijkt wel of de tijd steeds harder gaat. Als kind duurt een jaar een eeuwigheid. Later lijkt het wel alsof je elke maand weer jarig bent.

Een ander voorbeeld: "Doe Maar" (www.../doemaar/virus.htm) is terug van weggeweest, maakt een revival. Niet gedacht dat m'n Noot van 3 weken geleden zoveel voorspellende waarde zou hebben. Voor mijn gevoel was Doe Maar nog maar net gestopt, alle nummers kan ik nog vrolijk mee neuriën. Ze blijken al bijna 20 jaar uit elkaar te zijn, oeps.

Kennelijk is m'n tijdsbeleving subjectief. "Tijd is de volgorde waarin gebeurtenissen onomkeerbaar worden" filosofeer ik wat voor me uit. Een kleuter krijgt veel nieuwe indrukken, een bombardement van onomkeerbare toevoegingen aan het geheugen. Met toenemende levenservaring daalt het aantal nieuwe indrukken. De persoonlijke tijdsbeleving vertraagt, de objectieve tijd lijkt te versnellen.

Stelling: De eenheid voor subjectieve tijdsbeleving is de tijdsspanne tussen twee nieuwe indrukkken. Lente en herfst volgen elkaar dus inderdaad steeds sneller op. De relativiteit leidt tot relatieve tijd, hi hi. Fuzzy Definitie van middelbare leeftijd

Deze gedachtengang dwingt me tot een herdefinitie van de leeftijdsschaal. Die begint langzaam, de eigen jeugd kruipt voorbij. Het merendeel van uw subjectieve levensbeleving brengt u door op school. Daarna flitsen er nog snel een carrière en pensioen voorbij.

Tot slot een herdefinitie van het begrip "middelbare leeftijd". Die ligt in het midden, op een logaritmische schaal. Zo rond het achtste levensjaar bereikt de midlife crisis haar hoogtepunt. Ik neem aan dat u er inmiddels overheen bent.

Tot zo, over een dag of acht!
Henk Jan Nootenboom