Ballet

Maandag, 11 juni 2001
Kuchen is verboden. De hele zaal schraapt acuut de keel. Niet om het verbod te overtreden. Nee, juist om straks wel stil te kunnen blijven.

De meesterpianist komt op: Alfred Brendel (geocities.com/Vienna/...). De zaal begroet hem enthousiast. Zodra de meester gaat zitten is het echter stil, muisstil.

Pianist is een te lichte benaming. Deze man tingeltangelt geen deuntje op een rammelkast in een hoekje van de bar. Deze heer geeft een concert op een vleugel in een fraai oud gebouw (concertgebouw.nl). Vleugellist zou dus een betere benaming zijn, maar op een of andere manier klinkt dat niet. Klavierspeler klinkt me te Germaans.

Ik ben een analfabeet wat klassieke muziek betreft. Dit is zelfs m'n allereerste klassieke concert, een culturele ontmaagding. Ik ken dan ook geen van de opgevoerde werken. De meester heeft vrij onbekend werk ten gehore gebracht, hoor ik in de pauze. Ach, wat toevallig, kende u die stukken ook nog niet? Hmm.

De stukjes voor de pauze lijken slechts een opwarmertje geweest te zijn. In het tweede gedeelte komt de muziek als vanzelf uit de vleugel. Wonderlijk, hoe de klanken uit één vleugel zo'n hele zaal vullen. Ik kan geen geluidsversterkers ontdekken. Zou de akoestiek hier werkelijk zo uitstekend zijn?

Het is een overweldigende ervaring, deze culturele ontmaagding. De muziek is te complex om ter plekke te kunnen doorgronden. Ik laat me meedrijven op golven van muziek die in een niet aflatende stroom op me af komen. Genade, wat een energie komt er van deze bron af!

De meesterpianist lijkt toevallig precies daar te zijn waar het geluid vandaan komt. Even komt de gedachte bij me op dat piano spelen zoiets is als tien vingers blind typen. De vergelijking gaat echter mank.

Tot de volgende week,
Henk Jan Nootenboom
Met dank aan mejuffrouw Coetzee.