Breder

Blackheath, zaterdag 22 januari 2005
Mijn reistempo ligt laag, erg laag. Af en toe kom ik zelfs geheel tot stilstand en is het de wereld die aan mij voorbij trekt.

Blackheath is een stadje waar de tijd lijkt stil te staan. Nu is Sydney in Nederlandse ogen als een relaxte stad. De Blue mountains zijn voor een Nederlander vrijwel onbewoond. Katoomba is me wat te druk. Op advies van Rob & Annet strijk ik neer in Blackheath, een klein plaatsje vlakbij de Grose Valley.

Govett's Leap De Grose Valley is spectaculair. Het is alsof iemand met een vinger door het langschap is gegaan. Het is een brede vallei, een dag lopen om over te steken. Steile wanden aan beide zijden maken de oversteek moeilijk. De eerste Engelse hebben ruim 25 jaar gezocht voordat ze een manier vonden om de overkant te bereiken.

Govett's Leap is een toeristentrekker. De steile wanden zijn goed zichtbaar, tonen hun lagen van diverse gesteentes met elk hun eigen ouderdom. Honderden miljoenen jaren liggen hier op elkaar gestapeld. Het is een spectaculair gezicht.

Het uitzicht is fraai, weids en vooral leeg. Tot aan de horizon is er geen menselijke bebouwing te zien. M'n mobieltje sputtert, verliest zijn verbinding met de rest van de wereld. Hier lijkt de bewoonde wereldop te houden, honderd kilometers buiten Sydney. Het is wonderlijk om hier te zitten, van het uitzicht te genieten. Met en boek in de schaduw aanschouw ik de gehaaste bezoekers.

De toeristen komen en gaan, staren zo'n drie minuten naar de miljoenen jaren en klimmen dan de bus weer in. Foto maken en door, want hoe hoger het tempo, hoe meer ze denken te zien.

Drie minuten en dan de bus weer in. Wat een verspilling van tijd. Eigenlijk zou je niet moeten reizen, zodat je maximaal de tijd hebt om ergens te zijn. Minder reizen betekent meer zien.

Govett's leap wordt me te druk. De diverse trails langs en door de vallei zijn me te actief. Op een paar honderd meter van Govett's leap biedt de George Phillips Lookout (volg het Fairfax Heritage Trail vanaf de picknickplaats) het perfecte rustpunt.

Het uitzicht is hetzelfde, maar het is net voorbij de bewoonde wereld. Ik zit hier nju al een hele dag en er is nog niemand voorbij gekomen. M'n oren moeten wennen aan de stilte. Er klinken hier geen menselijke geluiden meer. De wind ruist door de bomen. Insecten en vogels zingen me toe. Salamanders komen me begroeten. Je ziet meer als je stil zit. Kon ik hier maar miljoenen jaren zitten, dan zou ik zien hoe de vallei breder wordt.

Tot de volgende noot,
Henk Jan Nootenboom