Fine

Maandag, 11 januari 1999
De betonnen jungle van Singapore, met al zijn regels, is niks voor mij. Singapore is a fine country. We have fines for everything. Rommel maken mag niet. Kaugum is in het hele land verboden, en zelfs het eten is gereguleerd.

In heel Azië is eten een rommelige aangelegenheid, behalve in Singapore. De gebruikelijke straatstalletjes ontbreken. Verboden te eten, een bord in de metro van Singapore In de metro is eten zelfs verboden. De fine is 500 dollar. Het is dat ik hier twee oude vrienden (CV Rob Hendriks) wilde bezoeken, anders was ik lekker in Maleisië gebleven.

Het korte uitstapje naar Singapore zit er al weer op. Ik heb er niemand zien lachen, waarschijnlijk moet je er een vergunning voor hebben. Nu weer terug naar het vrolijke land van de rommelige pasar-malem, mee-soup, satay-ayam en roti canai. Het treinstation van Singapore is klein. "Welcome to Malaysia" staat er te lezen. Er is namelijk maar één spoor en dat gaat naar het noorden.

De Maleisische spoorwegen (ktmb.com.my) runnen deze trein, inclusief station. De sfeer is acuut ontspannen, alsof je al de grens over bent. De Maleisische douane versterkt dat idee en doet z'n werk hier al. Geen stempel erbij in het paspoort, slechts even scannen met de computer. Dat was op de heenweg ook al zo. Geen gezeur, doorlopen, instappen en wegwezen.

In Maleisië gaat iedereen soepel met regels om. Eten is niet verboden, integendeel het is een recht, bijna een plicht. Have you taken your dinner? is hier een standaard vraag. Ja of Nee zeggen maakt niet uit: While waiting for dinner... Let's eat! Een cultuur naar mijn hart.

Ondertussen trekken de palmbomen aan de trein voorbij. Mijn maag knort. Natuurlijk mag in de trein gegeten worden. Graag zelfs, anders heeft de catering niks te doen! De nasi lemak smaakt goed, met thee en cake als toetje.

M'n bloed zit vol met tropen, ze gaan er nooit meer uit. De zon straalt van mijn lippen als ik een liedje fluit. Ik voel me weer thuis, moet zelfs even een gelukstraantje wegpinken. No worries lah, I feel fine!

Tot de volgende week,
Henk Jan Nootenboom